dinsdag 24 maart 2015

Voedselverspilling

Zelfs bij Spangas hebben ze het erover: gemiddeld gooien Nederlanders per persoon per jaar 50 kilo aan voedsel weg. Goed voedsel, dat nog gewoon gegeten kan worden. Omdat we te veel hebben gekocht, te veel hebben klaargemaakt, het niet lekker vonden of het te lang in de fruitschaal of koelkast hebben laten liggen. 
Voedsel, dat met heel veel tijd, energie, water en grondstoffen is geproduceerd. Voor een karbonaadje bijvoorbeeld, is een varken geslacht, een levend dier, dat ook kan genieten van het leven. Dat varken is grootgebracht, heeft onderdak en eten en drinken gekregen. Zijn eten bestaat gedeeltelijk uit granen, dat op een akker is gegroeid. Die akker is bemest en besproeid, wat water heeft gekost en energie om het mest met een grote wagen op te halen en uit te sproeien. De granen worden geoogst en in een fabriek verwerkt tot varkensvoer. Zijn onderdak, meestal een grote schuur, moet constant worden geventileerd en op 21 graden worden gehouden. Dit kost veel energie.
En dan wordt zo’n karbonaadje gewoon weggegooid! Omdat mensen vergeten waren om het op te eten. Of omdat ze het hebben laten aanbranden in de pan. Of omdat ze toch liever een frietje gingen halen, omdat ze geen zin hadden om te koken...

Zo’n lekker banaantje heeft al een behoorlijk weg afgelegd, voordat jij hem koopt. Hij is in een ver, warm land groot geworden aan een bananenplant. Als hij nog groen is, wordt hij van de plant gesneden en naar Nederland verscheept. Dit gebeurt in een koelcontainer, zodat het rijpingsproces tijdelijk wordt gestopt. Anders zou hij overrijp hier aankomen. De reis duurt twee tot vier weken. Aan wal wordt hij overgebracht naar één van de rijperijen. Daar gaat hij een rijpingscel in. Zo’n luchtdichte cel wordt gevuld ethyleengas. Ethyleen is het stofje, dat bananen zelf afgeven. Daardoor worden ze rijp. Tijdens het transport over zee is dit proces stopgezet door de koeling. Nu de bananen in de buurt van hun verkoopplek zijn, moet dit proces weer op gang gebracht worden in rijpingscellen.
Aan een banaan is dus veel aandacht en energie besteed. Mensen hebben onderzocht hoe zo’n vrucht het best kan worden vervoerd en gerijpt, zodat hij precies goed in de winkel komt. Die gooi je toch niet zomaar weg?!

Nu zijn wij zelf niet roomser dan de paus, hoor. Een paar jaar geleden gooiden we ook nog het eten weg, dat we na de maaltijd over hadden. Omdat we zuiniger aan moesten gaan doen, ben ik consuminderblogs gaan lezen. De schrijvers daarvan vonden het (uiteraard) ondenkbaar om eten weg te gooien. Zij deden het in een bakje en zetten het in de koelkast of vriezer om het later op te eten. Hoe klein het restje ook is. 
Dat zijn we ook gaan doen. Eens in de zoveel tijd - één tot anderhalve week - hebben we een restjesdag. Daar gaat het dan nog weleens mis, omdat we teveel restjes uit de vriezer halen en omdat restjes uit de vriezer toch niet altijd even lekker zijn. Het ene gerecht laat zich beter invriezen dan het andere. 

Nu doen we mee aan de Food Battle. Dat is een wedstrijd om zo min mogelijk voedsel weg te gooien. Het schijnt niet echt te gaan om het winnen (Oh?!?!), maar om de bewustwording. En ik moet zeggen: het helpt. Want we gooien toch best nog wel wat weg. Broodkapjes bijvoorbeeld, of een restje taugé. 

In een volgende bericht vertel ik hoe het ons vergaat.

donderdag 8 januari 2015

Over minder geld, minder spullen, minder afval

Dit is een blog over consuminderen, minder afval produceren en minimalisme. 
Op zich lijkt het logisch, dat deze drie onderwerpen samen behandeld worden. Het gaat immers alledrie over minder, minder, minder. Toch zijn het wel echt drie verschillende dingen. 

Consuminderen gaat over minder geld uitgeven, over bezuinigen. Veel mensen houden zich hiermee bezig, hetzij uit noodzaak, om bijvoorbeeld uit de schulden te komen of omdat ze er in inkomsten op achteruit zijn gegaan, hetzij uit de overtuiging dat het ook wel wat minder kan met het kopen van al die spullen, die in fabrieken gemaakt moet worden en vervolgens weer op de afvalstapel terechtkomen. Of omdat ze zich niet meer gek willen laten maken door de verwachting mee te doen aan de rat race van de consumptiemaatschappij.
Streven naar minder afval doe je voor het milieu. Al die overbodige spullen, al die verpakkingen. Kan dat niet op een andere manier?
Tot slot het minimalisme. Mensen die hieraan meedoen hebben genoeg van alle rotzooi in hun huis. Of het zijn mensen die erachter komen, dat ze helemaal niet gelukkiger worden door het kopen van spullen. Veel Amerikaanse blogs zijn van mensen die een goede baan hadden, een mooi, groot huis, dito auto(‘s), veel dure spullen en zich toch niet gelukkig voelden. Hoe veel ze ook verdienden, ze kwamen steeds geld te kort, omdat ze maar bleven kopen, kopen, kopen. Bovendien werden ze er niet gelukkig van. Door te stoppen met kopen en door bijna alle spullen weg te doen, kregen ze ruimte in hun huis, konden ze zelfs kleiner gaan wonen, hadden ze minder geld nodig, waardoor ze minder hoefden te werken en dus meer tijd over hadden voor de dingen die er echt toe doen. 

Zo zijn er toch verbanden te zien tussen de drie onderwerpen. Door te minimaliseren geef  je minder geld uit en spaar je het milieu. Minimaliseren is echter niet hetzelfde als consuminderen, omdat het niet tot doel heeft geld te besparen. Minimalisten kunnen prima geld uitgeven aan reizen, uit eten gaan en dat andere non-materiële zaken. 
Als je gaat consuminderen zul je waarschijnlijk minder afval gaan produceren. Het is immers goedkoper om groente uit je eigen tuin of van je balkon te halen, dan om het verpakt uit de supermarkt te halen. Als je het toch uit de supermarkt haalt, is het goedkoper om een hele kool te kopen (die niet in plastic zit) dan een zakje gesneden kool.  Ook zul je geen, of in ieder geval minder overbodige spullen kopen, die snel in de prullenbak verdwijnen.


Wij, als gezin met twee kinderen, proberen alle drie deze dingen in praktijk te brengen. Hoe dat zo is gekomen en of het lukt, daarover zal ik schrijven op dit blog.